|
5.4.1 Gezondheidsschade door de brand
Onmiddellijk na het neerstorten van de El Al-Boeing 747 breekt een
grote brand uit. De brand kan worden vergeleken met een combinatie van
een grote brand in een bouwmaterialenhandel, een brand in een
groothandel in cosmetica-artikelen, een grote woningbrand, een
kerosinebrand en een brand in een computerhandel. Bij de brand zijn
materialen en goederen, zoals kerosine, verf, lijmen,
electronica-onderdelen, oplosmiddelen, kunststoffen, cosmetica,
bouwmaterialen en het interieur van woningen betrokken. Acute gezondheidsklachten volgens RIVM Chronische effecten volgens het RIVM
Zware metalen en andere giftige stoffen die bij de brand zijn
vrijgekomen, zoals chroom, polycyclische aromatische koolwaterstoffen,
cadmium, antimoon, en nikkel kunnen (op den duur) kanker veroorzaken.
Volgens de risicoberekeningen zal de Bijlmerramp leiden tot 1 à 2
extra gevallen van kanker per 10 000 blootgestelden.
[38]
De heer Oudkerk: Is bij de beoordeling van de risico's rekening gehouden met het feit dat de reddingswerkers, de hulpverleners ter plaatse waarschijnlijk uren en sommigen zelfs dagen lang op een smeulende, narokende massa rond hebben gelopen waardoor de afstand tot het materiaal dat er lag te smeulen heel klein was?
Hieruit blijkt dat het onderzoek gericht is geweest op de periode
tijdens en kort na de ramp, en dat het gaat om onderzoek naar
chronische klachten van een grote groep mensen. Dit zijn belangrijke
inperkingen van het onderzoek. Over langdurige blootstelling tijdens de
bergingswerkzaamheden en over individuen en kleine groepen mensen
worden dus geen uitspraken gedaan. figuur De heer De Wolff: Wij weten dat er bij een brand een onvoorstelbaar groot aantal stoffen kan worden gevormd, onder ongecontroleerde omstandigheden, die ieder op zichzelf een toxisch effect kunnen hebben. En dan hangt het af van de mate van opname en de combinatie van de stoffen die worden opgenomen, of er effecten voor de gezondheid van de mens zijn. Maar daar is niet in detail op te antwoorden, alleen in het algemeen. [19]
Zoals gezegd hebben zich bij de brand een groot aantal toxische
stoffen gevormd. In het DHV-rapport worden de volgende stoffen genoemd.
Van enkele van deze stoffen hebben de concentraties in de lucht
mogelijk de gehanteerde toetsingswaarden overschreden:
De heer Van den Doel: (...) Kunt u kort en in lekentaal zeggen wat dioxines zijn, welke rol die gespeeld hebben bij deze brand en de eventuele consequenties ervan? Tijdens de openbare verhoren is professor De Wolff gevraagd om een reactie op het rapport van DHV: De heer De Wolff: Ik heb weinig gemist in het rapport, maar wij moeten wel aantekenen dat zowel de benadering van het RIVM als de benadering van DHV betrekking heeft op risico-evaluatie: een ruwe schatting van de risico's die zouden kunnen ontstaan als men aan die stoffen is blootgesteld. Vanuit de medische toxicologie denken wij in eerste instantie aan zieke mensen. Wij denken dat deze benadering, die overigens ook helemaal niet anders kan dan zoals het onderzoek is uitgevoerd, te weinig rekening houdt met het individu. Wij denken meer aan het individu. Het is namelijk best mogelijk dat bepaalde individuen wel degelijk heel hoog zijn blootgesteld, ook aan uranium. Dat kan best; dat weten wij niet. Die brand is geen homogene situatie geweest. Op bepaalde plaatsen kunnen verhoogde concentraties zijn opgetreden die door omstanders, bewoners en hulpverleners kunnen zijn binnengekregen. (...) voor werkelijke risicoberekening achteraf van betrokkenen zou ik eerder de voorkeur geven aan een op de patiënt gericht onderzoek. [19]
Het rapport van DHV is als bijlage gevoegd bij dit eindrapport. In
dit rapport wordt uitgebreid ingegaan op een groot scala aan stoffen.
DHV komt tot dezelfde conclusie als de heer De Wolff. Die conclusie
luidt dat onderzocht moet worden wat de daadwerkelijke plaats was waar
individuen of groepen zich bevonden, en hoelang ze daar zijn geweest.
Pas als daar meer duidelijkheid over is, kunnen conclusies worden
getrokken voor individuele gevallen. De heer De Wolff: Ik kan niet oordelen over de technische specificaties. Ik weet alleen dat aluminium bij redelijk lage temperatuur kan ontbranden, althans in poedervorm. Het wordt gemakkelijk geoxideerd, dus het verbrandt ook gemakkelijk. Ik kan mij inderdaad voorstellen dat bij aluminium in plaatvorm die verbranding wat minder uitgesproken zal zijn. Ik wil dat graag aannemen van de heer Van der Kooij. Je weet echter natuurlijk nooit wat er in zo'n inferno is gebeurd. Het is best mogelijk dat er lokaal zulke hoge temperaturen zijn ontstaan en dat de condities dusdanig zijn geweest dat er toch aluminiumdeeltjes of verbindingen van aluminium in de lucht zijn gekomen. [19]
Conclusie 5.4.2 Gezondheidsschade door verarmd uranium
Uranium kan op twee manieren nadelig zijn voor de gezondheid. In de
eerste plaats door de chemische eigenschappen als zwaar metaal of als
oxide. Net als andere zware metalen heeft het zgn. "chemisch-toxische
eigenschappen". In de tweede plaats als radioactief element. Uranium
of uraniumoxide zendt straling uit. Dat laatste wordt onderstaand
toegelicht.
Uit onderzoek dat in opdracht van de Commissie is uitgevoerd [43] en uit onderzoek wat eerder door TNO in opdracht van de arbodienst van KLM is uitgevoerd, blijkt dat verarmd uranium als stof is aangetroffen in Hangar 8. De commissie gaat ervan uit dat het stof afkomstig is van de werkzaamheden in het kader van de berging van het El Al-toestel. Bij metingen door de KLM in andere hangars werd geen verhoogde concentratie verarmd uraniumstof aangetroffen. Op basis van de metingen in Hangar 8 en de aanname dat de verhoogde concentratie verarmd uraniumstof een gevolg is van de bergingswerkzaamheden van het El Al-toestel kan de conclusie worden getrokken dat bij de brand stofdeeltjes verarmd uranium zijn gevormd, en dat deze zijn vrijgekomen. De Commissie verwacht dat het vrijkomen van verarmd uraniumdeeltjes heeft plaatsgevonden op de rampplek en in Hangar 8. Naar alle waarschijnlijkheid zijn de stofdeeltjes ingeademd door hulpverleners en omwonenden. Aan de hand van het gemeten stof in de hangar kan worden berekend of er ontoelaatbaar hoge stralingsrisico's zijn geweest in Hangar 8. In het onderzoek van het onderzoeksinstituut NRG, is dat gedaan. De conclusie is dat: "... ook onder ongunstige blootstellingscondities de stralingsdosis als gevolg van inhalatie van het stof een kleine fractie blijft van de jaarlijkse, uit natuurlijke bronnen ontvangen stralingsdosis. In hoeverre zich in het verleden meer extreme blootstellingsomstandigheden ten aanzien van stofconcentraties, uraniumconcentraties in stof en blootstellingsduur hebben voorgedaan kan op grond van het huidige onderzoek niet worden vastgesteld." [44] Het is niet meer te reconstrueren of in de Bijlmermeer ontoelaatbaar hoge stralingsrisico's zijn geweest in individuele situaties. In de zesenhalf jaar die zijn verstreken sinds de vliegramp hebben verschillende instanties zoals het ECN, het RIVM en de GG&GD meerdere malen gepubliceerd over de mogelijke risico's van verarmd uranium in de Bijlmermeer. In de loop der jaren zijn de rapporten verder onderbouwd, maar de conclusies blijven onveranderd, namelijk dat het onwaarschijnlijk is dat omstanders en hulpverleners zijn blootgesteld aan significante stralingsrisico's door verarmd uranium. Ook in de openbare verhoren is hierover herhaaldelijk gesproken. Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Ik ga verder met het verarmde uranium. Een deel daarvan is verbrand en het is zelfs goed mogelijk dat het deel dat zoekgeraakt is er is een groot deel zoekgeraakt helemaal verbrand is. Zou u kunnen aangeven, wat de consequenties voor de gezondheid zijn van het inademen van stofdeeltjes van verarmd uranium? In het verhoor van de heer L.A. van der Kooij van DHV werd over de radiologische aspecten van uranium het volgende gezegd: De heer Van der Kooij: De concentraties lagen vele factoren lager dan de daarvoor geldende normen. Wij hebben ook hier gebruik gemaakt van de MAC-waarden die voor langdurige blootstelling gelden en dan ligt die 500 gram die zouden zijn vrijgekomen er een factor 100 tot 1000 onder. [39] Door het RIVM is in 1998 zelfs nagegaan wat de risico's van verarmd uranium zijn in een "worst-worst case scenario". Alle 152 kilogram kwijtgeraakt uranium zou dan moeten zijn verbrand en zijn uiteengevallen tot inadembare deeltjes. De heer Smetsers van het RIVM zegt in zijn verhoor hierover het volgende: Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Hebt u ook rekening gehouden met de verbranding van de totale hoeveelheid zoekgeraakt uranium?
1 millisievert is de limietwaarde welke door de Europese Unie is
vastgesteld voor de bevolking. De heer Keverling Buisman: Je kunt uitrekenen hoeveel sigaretten nodig zijn om longkanker te veroorzaken. De frequenties daarvoor zijn bekend, die kun je gewoon in de literatuur opzoeken. Ik heb dat gedaan. Als je dat terugrekent naar de kans die de mensen lopen die die 10 microsievert hebben geïnhaleerd, dan zou dat de equivalent zijn van het roken van één sigaret. Niet per dag, maar gewoon dán, gedurende die 500 uur. Uraniumoxide is waarschijnlijk verspreid tijdens de Bijlmerramp. Zowel DHV als RIVM constateren dat ook bij een worst-worst case scenario de kans dat door inhalatie van uraniumoxide een radiologische vergiftiging kan ontstaan beperkt is. Naast de radiologische aspecten zijn aan uranium ook chemisch-toxische aspecten verbonden. Uranium is een zwaar metaal en kan daarom net als andere zware metalen giftig zijn. Goed oplosbare uranium-verbindingen worden in het algemeen snel, binnen een aantal dagen, verwijderd via de urine. Voor goed oplosbare verbindingen geldt dat de chemische toxiciteit groter is groter dan de radiologische. [46] Ook een stralingsdeskundige van ECN, de heer Keverling Buisman heeft tijdens zijn verhoor aangegeven dat bij uranium en verarmd uranium de chemische aspecten een rol spelen: De voorzitter: Is het giftig als radioactieve stof of als een chemische stof? Over de mogelijkheid dat iemand ziek wordt door de chemische toxiciteit van uranium is gesproken met de heer Weening, als patholoog verbonden aan het AMC en specialist op het gebied van auto-immuunziekten. De heer Weening: Omdat er in de publiciteit veel gesproken is over uranium en dergelijke heb ik daar ook naar gekeken in de literatuur. Dan kom je op een aantal publicaties over uranium en silica, dat is een bestanddeel van erts waarin uranium zit, die ook SLE kunnen veroorzaken en systemische sclerose, ook een soort auto-immuunziekte, bij mijnwerkers. Ik kom dus op kwikchloride, geïoniseerd goud, bepaalde toxinen en eventueel, uit de literatuur althans, uranium. [4]
Conclusies |
|
|